ECLI:NL:RBMNE:2022:520

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 februari 2022
Publicatiedatum
15 februari 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 3360
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.R. van Es – de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding bij intrekking beroep na toekenning IVA-uitkering

Eiser had een beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om geen IVA-uitkering toe te kennen. Na indiening van aanvullend beroepschrift en medische stukken heeft het UWV het bezwaar gewijzigd en alsnog een IVA-uitkering toegekend met ingang van 8 mei 2011. Naar aanleiding hiervan heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat verweerder (UWV) niet heeft bestreden dat proceskosten in verband met de intrekking van het beroep vergoed moeten worden. Op grond van artikel 8:54 Awb Pro wordt zonder zitting beslist en de rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten, vastgesteld op €759,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het betaalde griffierecht van €50,00 te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es – de Vries op 14 februari 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €759,00 en het griffierecht van €50,00 aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3360

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 februari 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Huisman),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. M.H.J. van Kuilenberg).

Procesverloop

Bij besluit van 3 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd aan eiser een uitkering op grond van de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) toe te kennen.
Bij besluit van 25 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Op 17 december 2021 heeft eiser een aanvullend beroepschrift met medische stukken ingediend.
Verweerder heeft hierop een gewijzigde beslissing op bezwaar van 26 januari 2022 genomen. Eiser is vanaf 8 mei 2011 alsnog een IVA-uitkering toegekend.
Naar aanleiding hiervan heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Eiser heeft bij intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten. Eiser heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder aan eiser is tegemoetgekomen. Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten niet bestreden. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,00 (één punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van €759,00 en een wegingsfactor 1).
4. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb, verplicht is het door eiser betaalde griffierecht van € 50,00 te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 759,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es – de Vries, rechter, in aanwezigheid van
mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is uitgesproken op 14 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
De rechter is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.