Op 7 december 2022 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte. Hij werd beschuldigd van meerdere bedreigingen, het voorhanden hebben van een nepwapen en vernieling van bedrijfseigendommen. De rechtbank sprak verdachte vrij van het bezit van het nepwapen en vernieling, vanwege onvoldoende bewijs en omstandigheden rondom het aantreffen van het nepwapen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte op verschillende momenten in 2022 meerdere personen, waaronder kinderen en volwassenen op een schoolplein, bedreigde met woorden en gebaren die een ernstig misdrijf tegen het leven suggereren. Ook bedreigde hij een meisje met verkrachting. Deze feiten werden strafbaar verklaard en verdachte werd hiervoor veroordeeld.
Gezien de ernst van de feiten, het recidiverisico en het advies van de reclassering, legde de rechtbank een ISD-maatregel van twee jaar op. Verdachte had al eerder een ISD-maatregel ondergaan zonder blijvend resultaat. De rechtbank vond de maatregel passend om zowel de maatschappij te beschermen als gedragsverandering bij verdachte te bewerkstelligen.
Daarnaast werd een schadevergoeding van €500 toegewezen aan een benadeelde partij vanwege immateriële schade door bedreiging. De vordering tot tenuitvoerlegging werd afgewezen omdat de ISD-maatregel werd opgelegd. De rechtbank bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis niet in mindering wordt gebracht op de duur van de maatregel.