Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
(hierna: verdachte).
Rechtbank Midden-Nederland
Op 25 februari 2022 vond een demonstratie plaats bij de Rabobank in Utrecht waarbij raamdelen en glazen draaideuren werden beplakt met affiches. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen deze vernielingen te hebben gepleegd. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schending van het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel, en vanwege vormverzuimen tijdens de aanhouding en detentie.
De rechtbank oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden omdat de brief van het Openbaar Ministerie aan de Rabobank niet aan medeverdachte was gericht en zij er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen. Vormverzuimen, zoals het onrechtmatig aanleggen van transportboeien en overschrijding van maximale duur van ophouding, waren vastgesteld maar niet van dien aard dat het OM niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De rechtbank concludeerde dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was en dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kon worden bewezen. Verdachte kon niet worden vastgesteld als degene die de vernielingen pleegde of daaraan wezenlijk heeft bijgedragen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij een wezenlijke bijdrage leverde aan de vernieling.