Uitspraak
1.De procedure
- de brief van de vertegenwoordigers van verzoekster van 15 oktober 2022 met daarin het wrakingsverzoek gericht tegen mr. J.M. van Wegen;
- de schriftelijke reactie van mr. Van Wegen van 31 oktober 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. J.M. van Wegen, rechter in een civiele kantonzitting, omdat zij meende dat de rechter haar verweer zou ontzeggen, onderonsjes had met de tegenpartij en een voorlopig oordeel gaf zonder partijen te horen. Tijdens de zitting werd het wrakingsverzoek behandeld, waarbij de rechter niet aanwezig was.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het subjectieve en objectieve criterium van onpartijdigheid. Uit het proces-verbaal bleek niet dat de rechter verzoekster haar verweer had ontzegd of zich had laten leiden door vooringenomenheid. De vragen aan de gemachtigde van eisers waren bedoeld om zich te informeren en het voorhouden van het juridische kader werd niet als een voorlopig oordeel gezien.
De wrakingskamer concludeerde dat de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd was en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voorafgaand aan de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.