Uitspraak
1.De procedure
- de e-mail van verzoekers van 23 oktober 2022 met daarin het wrakingsverzoek gericht tegen mr. A.M. Crouwel;
- de schriftelijke reactie van mr. Crouwel van 27 oktober 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij meerdere zaken betreffende klachten tegen en wijziging van hun bewindvoerder. Zij stelden dat de rechter op de zitting dwingend en agressief was, niet naar hen luisterde, en kwalijke beledigende uitspraken deed. Tevens voerden zij aan dat de door de rechter ondertekende zittingsaantekeningen onjuist en onvolledig zouden zijn, wat volgens hen wijst op vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat de uitspraak van de rechter op de zitting geen einduitspraak was, waardoor het wrakingsverzoek ontvankelijk was. Bij de inhoudelijke beoordeling concludeerde de kamer dat er geen persoonlijke vooringenomenheid of schijn daarvan was. De zittingsaantekeningen werden als juist en volledig beschouwd, en er was sprake van hoor en wederhoor. Kritische opmerkingen van de rechter werden geplaatst in de context van haar toezichthoudende taak.
De wrakingskamer stelde vast dat de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd was. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en werd bepaald dat de procedures in de bewindvoerderszaken worden voortgezet in de stand van schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedures worden voortgezet.