ECLI:NL:RBMNE:2022:5275
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning aanvullende proceskostenvergoeding in WIA-toeslagzaak
Eiseres ontving een WIA-uitkering met toeslag en werd geconfronteerd met vier besluiten van het UWV over nabetaling, verlaging toeslag, terugvordering voorschot en invordering van een bedrag. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarvan het UWV een deel gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding toekende, met mededeling dat deze vergoeding verrekend kan worden met eventuele vorderingen.
Eiseres stelde dat het bezwaar tegen het invorderingsbesluit ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat zij recht had op een aanvullende proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen het invorderingsbesluit terecht gegrond verklaard moest worden en kende een extra vergoeding van €541 toe. Tevens stelde de rechtbank vast dat de mededeling over verrekening van de proceskostenvergoeding geen besluit in de zin van de Awb is, zodat zij daarover onbevoegd was.
Verder betwistte eiseres de berekening van de toeslag, maar de rechtbank vond dat het UWV voldoende had gemotiveerd en geen aanleiding was voor herberekening. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het niet besliste op het bezwaar tegen het invorderingsbesluit, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten in beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover niet beslist op het bezwaar tegen het invorderingsbesluit, met toekenning van aanvullende proceskostenvergoeding.