ECLI:NL:RBMNE:2022:5276
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor plaatsing airco units op dak bedrijfspand
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders om een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van drie airco units op het dak van een bedrijfspand. Eisers, bewoners van een nabijgelegen woonwijk, betogen dat het bouwplan in strijd is met het Bouwbesluit 2021 en het Activiteitenbesluit milieubeheer vanwege overschrijding van geluidsnormen.
De rechtbank verklaart het beroep van drie van de vier eisers niet-ontvankelijk omdat zij te laat beroep hebben ingesteld. Alleen het beroep van één eiser wordt inhoudelijk behandeld. Deze eiser stelt dat de geluidsnorm van 40 dB uit artikel 3.8, tweede lid, Bouwbesluit wordt overschreden en dat ook het Activiteitenbesluit wordt geschonden.
De rechtbank oordeelt dat de geluidsnorm uit het Bouwbesluit alleen geldt voor percelen met een woonfunctie en niet voor percelen met bedrijfsfunctie naast woonpercelen, zoals hier het geval is. Ook de normen uit het Activiteitenbesluit zijn geen weigeringsgrond bij het verlenen van een omgevingsvergunning volgens artikel 2.10 Wabo. Daarnaast biedt het toetsingskader geen ruimte voor een belangenafweging of afwijking van de redelijke eisen van welstand.
De rechtbank concludeert dat het college de vergunning terecht heeft verleend en verklaart het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten. Het besluit bevestigt het limitatieve karakter van het toetsingskader bij omgevingsvergunningen voor bouwen.
Uitkomst: Het beroep van drie eisers is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de vierde eiser ongegrond; de omgevingsvergunning blijft in stand.