Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 9 november 2020. Na een ongegrondverklaring van dit bezwaar op 2 juli 2021, is door verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank. Vervolgens heeft verweerder op 15 juni 2022 een nieuw besluit genomen waarin het eerdere besluit werd gewijzigd, waardoor verzoeker gedeeltelijk werd tegemoetgekomen. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van zijn proceskosten gevraagd.
De rechtbank heeft het verzoek tot vergoeding van proceskosten beoordeeld zonder partijen te horen, omdat zij voldoende informatie beschikte. Op grond van de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank proceskosten toewijzen indien het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoet is gekomen.
Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft de proceskosten vastgesteld op €3.112,69, bestaande uit kosten voor het indienen van bezwaar en beroep, vergoeding van het verzekeringsgeneeskundig rapport en het griffierecht. Verweerder is veroordeeld deze kosten aan verzoeker te betalen.