Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2022 op het verzet van
[Opposante] , te [vestigingsplaats] , opposante.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 6 december 2022 uitspraak gedaan over het verzet van opposante tegen een eerdere uitspraak van 5 april 2022. In die eerdere uitspraak werd het beroep van opposante tegen een besluit van het UWV van 20 oktober 2021 niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening van het beroepschrift.
Opposante stelde dat het beroepschrift tijdig was verzonden op 30 november 2021 en overlegde twee getuigenverklaringen ter onderbouwing. De rechtbank heeft het verzet gegrond verklaard omdat zij achteraf oordeelde dat de zaak niet zonder zitting had mogen worden afgedaan. De eerdere uitspraak vervalt daarom.
Na nader onderzoek oordeelt de rechtbank echter dat de getuigenverklaringen onvoldoende bewijs bieden dat het beroepschrift daadwerkelijk tijdig is verzonden. De verklaring betreft alleen het opstellen en klaarmaken van het beroepschrift, niet de feitelijke postbezorging. Hierdoor is de bewijslast niet voldaan en blijft het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De rechtbank wijst erop dat het belang van opposante bij inhoudelijke beoordeling geen reden is om de niet-ontvankelijkheid te doorbreken. Ook het gewijzigde standpunt van het UWV kan los van deze procedure worden beoordeeld. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier K.F.K. Hoogbruin.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en onvoldoende bewijs van tijdige verzending.