Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 februari 2022 in de zaak tussen
,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een tegemoetkoming op basis van de NOW1-regeling en ontving een voorschot van €15.837,-. Bij de definitieve vaststelling oordeelde verweerder dat eiseres geen recht had op de subsidie vanwege een lagere loonsom in de periode maart-mei 2020 dan wettelijk vereist, waardoor het voorschot moest worden terugbetaald.
Eiseres voerde aan dat de daling van de loonsom het gevolg was van het ontslag van twee medewerkers vóór de coronacrisis en dat de opgelegde terugvordering feitelijk een boete was, wat zij onterecht vond. De rechtbank oordeelde dat de regeling generiek is en geen maatwerk biedt, en dat de terugvordering geen boete betreft maar een correcte toepassing van de regeling.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van fraude en dat verweerder bevoegd was het voorschot terug te vorderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres moet het voorschot van €15.837,- terugbetalen.