Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met 3 producties is op 28 juli 2022 bij Mitros en [gedaagde sub 2] bezorgd,
- Mitros heeft schriftelijk op de dagvaarding gereageerd (conclusie van antwoord). Zij heeft 3 producties bijgevoegd,
- [gedaagde sub 2] heeft schriftelijk op de dagvaarding gereageerd (conclusie van antwoord). Hij heeft 4 producties bijgevoegd,
- de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 november 2022. Verschenen zijn mevrouw [eiseres] vergezeld van haar gemachtigde mr. S.J. van der Aart, de heren [A] en [B] , [functies] bij Mitros en mr. P.F.M. Broos, gemachtigde van Mitros en de heer [gedaagde sub 2] , vergezeld van zijn gemachtigde mr. Th. H. Meeuwis. Van wat er is besproken heeft de griffier aantekening gemaakt. [eiseres] heeft zittingsaantekeningen overgelegd. Aan het slot van de zitting heeft de kantonrechter meegedeeld dat op 21 december 2022, of zoveel eerder als mogelijk, vonnis zal worden gewezen.
2. De feiten
3.De vorderingen van [eiseres]
Primair
ten aanzien van Mitroszal bepalen dat [eiseres] het medehuurderschap van de woning verkrijgt met ingang van 25 mei 2022, althans een datum door de kantonrechter in goede justitie te bepalen, naar analoge toepassing van artikel 7:267 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) en
ten aanzien van [gedaagde sub 2]zal bepalen dat hij met ingang van een in het vonnis te bepalen tijdstip de huur van de woning niet langer zal voortzetten en de woning uiterlijk per die datum ontruimd heeft en ontruimd laat.
4.Het verweer van Mitros
subsidiairevordering jegens [gedaagde sub 2] tot medewerking aan een gezamenlijk verzoek tot toekennen van medehuurderschap zal toewijzen. Bij een toewijzing kan zij opnieuw een verzoek bij Mitros indienen en zal Mitros dat verzoek inhoudelijk beoordelen. Als Mitros dat verzoek afwijst, kan zij met [gedaagde sub 2] een gezamenlijke vordering bij de kantonrechter instellen. Mitros vraagt de kantonrechter daarom om [eiseres] nietontvankelijk te verklaren in haar primaire vorderingen, dan wel de vorderingen af te wijzen, met veroordeling van [eiseres] in de proces- en nakosten.
5.Het verweer van [gedaagde sub 2]
6.De beoordeling
gezamenlijkmoet worden gedaan. [eiseres] stelt dat in haar geval weliswaar geen sprake is van een gezamenlijk verzoek of een gezamenlijke vordering tot het toekennen van medehuurderschap maar dat Mitros en [gedaagde sub 2] haar dat in de gegeven omstandigheden, op grond van de eisen van de goede trouw, niet kunnen tegenwerpen. Zij beroept zich op het arrest van de Hoge Raad van 13 november 1987 (ECLI:NL:HR:1987:AC3287), dat door de kantonrechter te Utrecht is gevolgd in de uitspraak van 7 september 2011 (ECLI:NL:RBUTR:2011:BS1410).
nietmet succes kan beroepen op de eisen van de goede trouw, die er volgens haar aan in de weg zouden staan dat Mitros en [gedaagde sub 2] haar het ontbreken van een
gezamenlijkverzoek/
gezamenlijkevordering tot toekenning van medehuurderschap kunnen tegenwerpen. Anders dan in de zaak waarover de Hoge Raad zich heeft uitgesproken heeft Mitros als verhuurder [eiseres] uitdrukkelijk
nietals medehuurster geaccepteerd. Het bericht van [gedaagde sub 2] aan Mitros dat hij niet kon instemmen met het medehuurderschap van [eiseres] was voor Mitros namelijk aanleiding om het op 9 mei 2022 ontvangen verzoek niet in behandeling te nemen. Anders dan in de uitspraak van de kantonrechter te Utrecht van 7 september 2011 heeft [gedaagde sub 2] de huur van de woning niet opgezegd (zonder overleg met en buiten medeweten van [eiseres] ) en hij heeft ook zijn hoofdverblijf in de woning niet prijsgegeven na het einde van de affectieve relatie. Hij is evenzeer als [eiseres] van de woning afhankelijk omdat hij geen alternatieve (zelfstandige) woonruimte heeft. Hij heeft zich het lot van [eiseres] als medebewoonster aangetrokken door te proberen de woning met haar te delen (zie ook hierna onder 6.1.7).
met uitsluiting van [gedaagde sub 2]het huurrecht van de woning te verkrijgen.
nadatde relatie tussen [gedaagde sub 2] en haar was verbroken en [gedaagde sub 2] in verband daarmee de woning (tijdelijk) had verlaten. [eiseres] heeft verklaard dat zij bekend was met de inloggegevens van [gedaagde sub 2] en dat zij zonder dat hij erbij was heeft ingelogd op zijn account en het medehuurderschap voor haarzelf heeft aangevraagd. Voordat zij de aanvraag heeft gedaan heeft zij [gedaagde sub 2] via Whats-App om instemming gevraagd en [gedaagde sub 2] heeft daarop geantwoord dat hij erover moest nadenken. Over die gang van zaken zijn partijen het eens. Zij zijn het er echter niet over eens of [gedaagde sub 2] daarna telefonisch aan [eiseres] heeft laten weten dat hij instemt met het aanvragen van medehuurderschap. In elk geval staat vast dat [gedaagde sub 2] kort na ontvangst van de aanvraag door Mitros, aan Mitros heeft bericht dat hij de aanvraag wilde “annuleren” (zie hiervoor onder 2.3). Uit die formulering zou afgeleid kunnen worden dat [gedaagde sub 2] op zijn (eventuele) aanvankelijke toestemming aan [eiseres] is teruggekomen. [gedaagde sub 2] heeft ter zitting toegelicht dat hij heeft geprobeerd er met [eiseres] uit te komen en dat hij haar heeft voorgesteld afwisselend van de woning gebruik te gaan maken. De verstoorde verhouding tussen hem en [eiseres] maakte dat in de praktijk echter onmogelijk, zo heeft hij verklaard.