Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op
Rechtbank Midden-Nederland
De officier van justitie verzocht op 5 oktober 2022 om een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Betrokkene verzette zich tegen verplichte zorg, met name tegen depotmedicatie, en werd bijgestaan door een advocaat die stelde dat betrokkene wilsbekwaam is.
Tijdens de mondelinge behandeling op 14 november 2022 werden verklaringen van een psychiater en een sociaal psychiatrische verpleegkundige gehoord. Betrokkene was niet aanwezig en wilde niet gehoord worden. De rechtbank concludeerde op basis van medische verklaringen dat betrokkene niet wilsbekwaam is ten aanzien van haar ziekte en behandeling, en dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel zoals maatschappelijke teloorgang en verwaarlozing af te wenden. De zorgmachtiging omvat ambulante zorgvormen zoals toediening van medicatie en beperkingen in de vrijheid, en klinische zorgvormen zoals insluiting, die alleen worden toegepast indien ambulante zorg onvoldoende is.
De machtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden. De rechtbank achtte de verplichte zorg evenredig en effectief, zonder minder bezwarende alternatieven. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg voor de duur van twaalf maanden.