ECLI:NL:RBMNE:2022:5436
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortzetting huurovereenkomst na beëindiging affectieve relatie en toewijzing gebruik woning
De zaak betreft een geschil tussen twee voormalige partners die samen een sociale huurwoning betrokken. Na het beëindigen van hun affectieve relatie bleven beiden in de woning wonen en vorderden zij ieder het uitsluitend gebruik van de woning. De kantonrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen, waarbij onder meer werd gekeken naar hun sociale bindingen, financiële situatie en de noodzaak van de woning.
De vrouw werkt als zelfstandig schoonmaakster en heeft een sociale omgeving in de regio, terwijl de man een WIA-uitkering ontvangt, schulden heeft en een drugsprobleem wordt verweten. De man wil de woning behouden om zijn kinderen te kunnen ontvangen en met zijn vriendin samen te wonen. De kantonrechter oordeelde dat het belang van de man bij voortzetting van de huurovereenkomst zwaarder weegt.
De vrouw krijgt een ruime termijn tot 1 maart 2023 om de woning te verlaten. Tevens is bepaald dat de gemeenschappelijke goederen uiterlijk op 28 februari 2023 verdeeld moeten worden aan de hand van een inventarislijst. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man krijgt het uitsluitend recht op gebruik en bewoning van de woning, de vrouw moet de woning uiterlijk 28 februari 2023 verlaten.