Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op haar aanvraag van 23 december 2020 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig in gebreke is gesteld.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen binnen een redelijke termijn. Gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van twee weken onrealistisch en stelt een termijn van twaalf weken vast, met mogelijkheid tot verlenging bij bijzondere omstandigheden.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra op 20 december 2022.