Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op zijn aanvraag van 2 juni 2020 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 19 augustus 2022. Het beroep is daardoor kennelijk gegrond.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen, waarbij een termijn van twaalf weken wordt vastgesteld vanaf het moment van het verweerschrift. Deze termijn wordt verlengd met de periode waarin eiser de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser ad €379,50 en het betaalde griffierecht van €50. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier M.L. Bressers op 20 december 2022.