Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 29 januari 2021 voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft geen stukken of verweerschrift ingediend ondanks verzoeken van de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder een ingebrekestelling heeft ontvangen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de Belastingdienst binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000, waarvan reeds het maximale bedrag van €1.442,- is vastgesteld omdat 42 dagen zijn verstreken. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€379,50) en het griffierecht (€50).
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier M.L. Bressers op 20 december 2022. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.