ECLI:NL:RBMNE:2022:5486

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 november 2022
Publicatiedatum
19 december 2022
Zaaknummer
UTR 22 / 3489
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 4.4 Wet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag waterschap Zuiderzeeland

Eiseres diende op 13 april 2022 een aanvraag in bij het college van Dijkgraaf en Heemraden van waterschap Zuiderzeeland. Volgens de Wet open overheid moest verweerder uiterlijk op 11 mei 2022 een besluit nemen. Dit is niet gebeurd. Eiseres stelde verweerder op 8 juli 2022 in gebreke en wachtte twee weken, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank wijst erop dat op grond van artikel 6:12 Awb Pro eerst een ingebrekestelling moet plaatsvinden voordat beroep kan worden ingesteld, wat hier correct is gebeurd. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder moet tevens het door eiseres betaalde griffierecht van €365 vergoeden. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra op 9 november 2022.

Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/3489

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en
het college van Dijkgraaf en Heemraden van waterschap Zuiderzeeland, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 13 april 2022.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend dat op 6 september 2022 is ontvangen door de rechtbank.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
3. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 13 april 2022. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op de aanvraag. Dat staat in artikel 4.4 van de Wet open overheid. Verweerder had dus uiterlijk op 11 mei 2022 moeten beslissen. De termijn waarbinnen verweerder moet beslissen is daarom voorbij. Eiseres heeft verweerder op 8 juli 2022 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
4. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet verweerder dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. De termijn van acht weken die verweerder in het verweerschrift heeft genoemd is inmiddels al verstreken, dus daarin ziet de rechtbank geen reden om een langere termijn dan twee weken te geven.
5. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
6. Het beroep is kennelijk gegrond.
7. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 november 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.