Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar aanvraag van 26 april 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling en beroep heeft ingediend.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen. Hoewel de wettelijke termijn twee weken is, acht de rechtbank dit gezien de complexiteit en het aantal aanvragen onredelijk kort en stelt een termijn van twaalf weken vast, met een mogelijke verlenging afhankelijk van de termijn voor het indienen van een zienswijze.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €379,50 en het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier S. Westerhof op 22 november 2022.