Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2022:5551

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
21 december 2022
Zaaknummer
548684 / HA RK 22-249
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van partijdigheid gegrond verklaard

In deze zaak heeft een civiel rechter een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij zich niet vrij voelt om in de hoofdzaak te beslissen. De hoofdzaak betreft de vraag of een onderneming valt onder de verplichte werkingssfeer van een pensioenfonds. Een investeerder met een groot financieel belang is betrokken bij de onderneming, en deze investering is destijds onder eindverantwoordelijkheid van een persoon uit de directe omgeving van de verzoekster gedaan.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 en Pro 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, kan de schijn van partijdigheid aanleiding geven tot verschoning. De verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn van vooringenomenheid kan bestaan, waardoor zij zich niet vrij voelt de zaak te behandelen.

De kamer acht de motivering van het verzoek voldoende en verklaart het verzoek tot verschoning gegrond. Dit waarborgt de onafhankelijkheid en het vertrouwen in het rechterlijk apparaat. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

VERSCHONINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 548684 / HA RK 22-249
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken van 20 december 2022
op het verzoek in de zin van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
Mr. F.H. Charbon,
civiel rechter,
verder te noemen: verzoekster

1.De procedure

De verschoningskamer heeft op 29 november 2022 het verzoek tot verschoning van verzoekster ontvangen in de zaak met het zaaknummer 10012426 UC EXPL 22-4997 (hierna: de hoofdzaak).
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden. De uitspraak is bepaald voor vandaag.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
Verzoekster heeft het volgende ten grondslag gelegd aan haar verschoningsverzoek.
In de hoofdzaak speelt de vraag of [onderneming 1] B.V. (eiser) onder de verplichte werkingssfeer valt van de Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (gedaagde). Uit het dossier volgt onder meer dat [onderneming 2] als investeerder (met een groot financieel belang) betrokken is bij [onderneming 1] B.V. en het daarom denkbaar is dat [onderneming 2] eveneens een belang heeft bij de uitkomst van de zaak. De investering in [onderneming 1] B.V. door [onderneming 2] heeft destijds plaatsgevonden onder eindverantwoordelijkheid van een persoon uit de directe omgeving van verzoekster. Deze persoon is weliswaar al langere tijd niet meer werkzaam bij [onderneming 2] , echter deze situatie leidt er wel toe dat verzoekster zich niet vrij voelt de zaak te behandelen vanwege de mogelijke schijn van vooringenomenheid die daarmee zou kunnen ontstaan.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 40 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro. Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Van de schijn van partijdigheid kan, geheel los van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in dat specifieke geval aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden. Rechtzoekenden moeten immers vertrouwen kunnen stellen in het rechterlijk apparaat. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
3.4.
Uit het verzoek van verzoekster blijkt dat er sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak op te treden dan wel te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, in aanmerking genomen de motivering van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid zal ontbreken. Het verzoek zal daarom gegrond worden verklaard.
3.5.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de verschoningskamer het verzoek tot verschoning gegrond verklaren.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot verschoning gegrond;
4.2.
draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoekster, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Civiel en de president van deze rechtbank;
Deze beslissing is gegeven door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, en mrs. R.C. Stijnen en H.J. Bos als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door mr. C.N. Aalders, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2022.
De griffier is buiten staat de beslissing mede te ondertekenen.
de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.