ECLI:NL:RBMNE:2022:557
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing dwangsom en schadevergoeding bij scootmobielaanvraag gemeente Zeist
Eiser vroeg op 12 april 2019 een scootmobiel aan bij het college van burgemeester en wethouders van Zeist. Na ingebrekestelling op 12 juli 2019 nam het college op 25 juli 2019 een besluit om een bedrag toe te kennen waarmee eiser zelf een scootmobiel kon aanschaffen. Het college weigerde een dwangsom toe te kennen omdat het besluit binnen 14 dagen na ingebrekestelling was genomen.
Eiser was ontevreden over het besluit en wilde een scootmobiel in natura. Na bezwaar en een nieuw besluit op 1 september 2020 werd een scootmobiel in natura toegekend. Het beroep richt zich niet op de scootmobiel zelf, maar op het verzoek om een dwangsom en schadevergoeding wegens vermeende te late besluitvorming en onrechtmatig handelen.
De rechtbank oordeelt dat het college geen dwangsom verschuldigd is omdat het besluit tijdig is genomen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij materiële of immateriële schade heeft geleden. Ook de overschrijding van de redelijke termijn wordt niet aangenomen vanwege de intensieve contacten tussen partijen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en het griffierecht wordt toegerekend aan deze zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat het college tijdig heeft beslist en geen schade aannemelijk is gemaakt.