ECLI:NL:RBMNE:2022:563
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende verwijtbaar handelen en onvoldoende verstoorde arbeidsverhouding
De zaak betreft een verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van ernstig verwijtbaar handelen (e-grond), een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en cumulatiegrond (i-grond). De werknemer had privécontact met een kwetsbare cliënte, wat de werkgever als grensoverschrijdend en onprofessioneel bestempelde.
De kantonrechter oordeelt dat er onvoldoende duidelijke regels waren vanuit de werkgever over het houden van professionele afstand, waardoor het gedrag van de werknemer niet als verwijtbaar kan worden aangemerkt. De inhoud van het privécontact via Facebook Messenger toont geen grensoverschrijdend gedrag. Tevens is onvoldoende gebleken dat de werknemer de situatie verkeerd heeft gemeld.
Verder is de arbeidsverhouding weliswaar gespannen, maar niet duurzaam en ernstig verstoord. De werkgever heeft geen constructieve pogingen ondernomen om de situatie te verbeteren, ondanks het advies van de bedrijfsarts om mediation te starten.
Het verzoek tot ontbinding wordt daarom afgewezen en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten van de werknemer.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende verwijtbaar handelen en onvoldoende verstoorde arbeidsverhouding.