De vennootschap onder firma [handelsnaam] huurt sinds 2014 een bedrijfsruimte voor een afhaalrestaurant van [achternaam gedaagden 1 t/m 3]. Na een nieuwe huurovereenkomst in 2020 volgde een renovatie van het pand door verhuurder, waarover geschillen ontstonden. [handelsnaam] klaagde over langdurige overlast, schade en onvoltooide renovatiewerkzaamheden, en vorderde schadevergoeding, nakoming en herstel.
De verhuurder betwistte de omvang van de overlast en schade, stelde dat renovatie grotendeels was afgerond en vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens vermeende huurachterstand en tekortkomingen van de huurder. De kantonrechter oordeelde dat [handelsnaam] onvoldoende schade had onderbouwd, behalve voor kosten van water- en elektriciteitsverbruik door de aannemer, en wees de meeste vorderingen af.
De rechter bepaalde dat de huurder verantwoordelijk is voor onderhoud en vervanging van de afzuiginstallatie en veroordeelde de verhuurder tot het realiseren van een doucheruimte en wasmachineaansluiting. De huurachterstand werd afgewezen omdat de lagere huurprijs met instemming was betaald. De ontbinding van de huurovereenkomst werd afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.