ECLI:NL:RBMNE:2022:5706
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking drank- en horecavergunning wegens dronkenschap uitbater
Verzoekers, exploitanten van een café, hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om hun drank- en horecavergunning per 1 januari 2023 definitief in te trekken. De intrekking is gebaseerd op het feit dat een van de vennoten, de uitbater, in kennelijke staat van dronkenschap dienst heeft gedaan, wat een overtreding is van de Alcoholwet. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en afgewezen.
De burgemeester baseerde zijn besluit op een bestuurlijke rapportage waarin de horecapolitie constateerde dat de uitbater sprak met dubbele tong, onvast ter been was en weigerde een ademtest af te leggen. Ondanks de bezwaren van verzoekers dat de rapportage summier en onzorgvuldig was, oordeelde de voorzieningenrechter dat de rapportage voldoende was en dat er geen reden was om aan de juistheid ervan te twijfelen.
Het beleid van de gemeente schrijft bij herhaalde overtredingen van de Alcoholwet een escalatie in sancties voor, waarbij na eerdere waarschuwingen en een tijdelijke schorsing de vergunning uiteindelijk wordt ingetrokken. De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester dit beleid terecht heeft gevolgd en dat de belangenafweging geen aanleiding gaf om de intrekking te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de drank- en horecavergunning is afgewezen.