Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. De rechtbank Midden-Nederland verklaart het beroep gegrond omdat de beslistermijn is overschreden en verweerder in gebreke is gesteld.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging van deze termijn afhankelijk van de duur van de zienswijzetermijn van eiseres. Voor elke dag overschrijding van deze termijn legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- op, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank wijst erop dat zij geen bevoegdheid heeft om verweerder te dwingen de toegekende dwangsom uit te betalen, omdat dit een feitelijke handeling betreft. Eiseres wordt verwezen naar de civiele rechter voor de uitbetaling van de dwangsom. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht aan eiseres worden vergoed.