Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 12 mei 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 12 mei 2022 in gebreke heeft gesteld. Vervolgens is op 14 oktober 2022 het beroep ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen. Hoewel de standaard beslistermijn twee weken is, acht de rechtbank dit gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen onredelijk kort. Daarom wordt een termijn van twaalf weken gesteld, met een uiterste datum van 6 februari 2023 om het besluit bekend te maken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de Belastingdienst de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. De rechtbank wijst ook proceskosten toe aan eiseres van €379,50 en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van het griffierecht van €50.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier M.L. Bressers op 29 december 2022. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.