Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 23 december 2020 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 16 februari 2022 schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingesteld en gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen. Hoewel de wettelijke beslistermijn twee weken bedraagt, acht de rechtbank deze termijn gezien de complexiteit van de herbeoordelingen en het grote aantal aanvragen te kort. De rechtbank stelt daarom een termijn van twaalf weken vanaf de datum van het verweerschrift vast, met de mogelijkheid tot verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens moet de Belastingdienst het door eiseres betaalde griffierecht van €50 vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier M.L. Bressers op 29 december 2022.