Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 22 maart 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 21 oktober 2022.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van twaalf weken passend, met een uiterste datum van 13 februari 2023. Tevens wordt de termijn verlengd met de periode waarin eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en stelt deze dwangsom vast op €1.442,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€379,50) en het griffierecht (€50).