ECLI:NL:RBMNE:2022:579
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen kantonrechter in herroepingsprocedure
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die een herroepingsprocedure behandelde, omdat zij meende dat de rechter vier ernstige fouten had gemaakt in het vonnis van 3 november 2021. Deze fouten zouden de tegenpartij onterecht bevoordelen en zouden duiden op partijdigheid. Verzoekster wilde dat een andere rechter het herstelverzoek zou behandelen.
De kantonrechter stelde zich op het standpunt dat het wrakingsverzoek niet tijdig was en dat na een eindvonnis geen wraking meer mogelijk is, tenzij er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van vooringenomenheid. De wrakingskamer oordeelde dat verzoekster ontvankelijk was omdat de kantonrechter nog moest beslissen op het herstelverzoek, waardoor er nog een belang bij wraking bestond.
De wrakingskamer onderzocht vervolgens of er sprake was van onpartijdigheid. Het enkele feit dat er fouten in het vonnis zouden zijn gemaakt, is onvoldoende om partijdigheid aan te nemen. De rechter had de conclusie van repliek wel degelijk betrokken bij haar beoordeling, zoals in het vonnis blijkt. Er waren geen andere omstandigheden die op vooringenomenheid wezen.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek ongegrond en bepaalde dat de procedure in de herroepingszaak voortgezet wordt zoals die was op het moment van schorsing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.