Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primair), dan wel op die datum en die plaats heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (
subsidiair).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 25 januari 2022 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot doodslag dan wel poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan zijn vader op 13 juli 2018 te Amersfoort. De officier van justitie en de verdediging stelden beiden vrijspraak voor vanwege onvoldoende bewijs.
Getuige verklaarde dat verdachte een kussen met kracht op het gezicht van zijn vader drukte en daarbij riep dat hij moest sterven. Een zorgmanager verklaarde dat verdachte dit zou hebben toegegeven, maar verdachte ontkende dit en gaf aan dat hij zijn vader alleen wilde verzorgen. De rechtbank vond de verklaring van de getuige onvoldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen en concludeerde dat verdachte niet wettig en overtuigend schuldig kon worden bevonden.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank hield rekening met de emotionele toestand van verdachte, die kort na het overlijden van zijn vader verkeerde. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor poging doodslag en poging zware mishandeling.