ECLI:NL:RBMNE:2022:5885

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 oktober 2022
Publicatiedatum
6 januari 2023
Zaaknummer
22/327
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bevoegdheid gemachtigde in WOZ-aanslagzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een WOZ-aanslag opgelegd aan een erfgenaam over een onroerend goed. Tijdens de behandeling van de zaak bleek dat de gemachtigde van eiser geen voldoende bewijs had geleverd van zijn bevoegdheid om namens alle erfgenamen op te treden. De rechtbank heeft de procedure geschorst om de gemachtigde de gelegenheid te geven de benodigde stukken te overleggen.

De gemachtigde heeft echter niet gereageerd op het verzoek om aanvullende stukken te overleggen. De rechtbank concludeerde dat de overgelegde machtiging ontoereikend was omdat niet kon worden vastgesteld dat de gemachtigde namens alle erfgenamen bevoegd was. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling en wees erop dat partijen binnen zes weken hoger beroep kunnen instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Moed en griffier I. Zallali op 10 oktober 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging van de gemachtigde.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/327

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: J.L.G. van Herk),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente](verweerder)
(gemachtigde: M. Boerlage).

Inleiding

1.1
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 15 december 2021, inzake de aan [naam 1] opgelegde WOZ-aanslag over het object aan de [adres] in [woonplaats] , beroep ingesteld.
1.2
De zaak is behandeld op de zitting van 25 mei 2022 door middel van een Teams-beeldverbinding. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [Taxateur] , taxateur.
1.3
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om de gemachtigde in de gelegenheid te stellen nadere stukken te overleggen waaruit blijkt dat hij bevoegd is om beroep in te stellen namens eiser.
1.4
Nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter nadere zitting te worden gehoord, heeft verweerder aangegeven niet te willen worden gehoord op zitting. Eiser heeft niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn verklaard dat hij gebruik wil maken van dit recht. De rechtbank heeft daarop het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Namens [eiser] heeft de gemachtigde eerst bezwaar gemaakt tegen de onder de inleiding genoemde WOZ-aanslag en vervolgens tegen de bestreden uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep in mag stellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
4. Op de zitting is besproken dat uit de stukken in het dossier niet blijkt dat de gemachtigde bevoegd is om namens [eiser] op te treden. In het dossier zit een machtiging van [naam 2] , maar er zijn geen stukken waaruit blijkt dat [naam 2] de enige erfgenaam is, of bevoegd is om namens de andere erfgenamen op te treden. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek geschorst om de gemachtigde in de gelegenheid te stellen deze stukken over te leggen. Bij de verzending van het verkort proces-verbaal heeft de rechtbank gemachtigde er op gewezen dat als hij de stukken niet (op tijd) opstuurt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. De gemachtigde heeft niet gereageerd.
5. De in het dossier aanwezige machtiging van [naam 2] voldoet daarom niet. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd. De gemachtigde heeft geen reden gegeven waarom hij die niet heeft opgestuurd.
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van I. Zallali, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar 10 oktober 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.