ECLI:NL:RBMNE:2022:5890
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser kreeg een WOZ-aanslag voor zijn woning in Utrecht, oorspronkelijk vastgesteld op €565.000, later verlaagd naar €548.000 na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze waarde en betoogde dat de waarde te hoog was, onder meer vanwege onduidelijke taxatiematrix, afwijkende gebruiksoppervlakten, ondoelmatigheid, monumentstatus, bouwjaren en isolatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix met vergelijkbare woningen was adequaat en de argumenten van eiser werden inhoudelijk niet gevolgd. Nieuwe gronden die eiser tijdens de zitting aanvoerde werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank concludeert dat verweerder de waarde correct heeft bepaald volgens de vergelijkingsmethode en dat de waarde in het economisch verkeer juist is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €548.000 wordt ongegrond verklaard.