ECLI:NL:RBMNE:2022:5894
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning te Utrecht voor belastingjaar 2021
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Utrecht, vastgesteld op €432.000,- per 1 januari 2020, en vorderde een lagere waarde van €388.000,-. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde omgeving, met vergelijkbare bouwjaren en kenmerken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Nieuwe gronden van eiser, zoals onduidelijkheid over terminologie en afwijkingen in gebruiksoppervlakten, werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Daarnaast faalde eiser in het aantonen van een onjuiste toepassing van het indexeringspercentage en correctie van onderlinge verschillen in onderhoud en voorzieningen.
De rechtbank volgde verweerder in de waardering van de staat van onderhoud als 'matig' en de beoordeling van voorzieningen als 'eenvoudig/verouderd'. De beroepsgrond dat geen rekening was gehouden met het ontbreken van isolatie en gedateerde voorzieningen werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €432.000 wordt ongegrond verklaard.