ECLI:NL:RBMNE:2022:5898
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens geen verzoek tot hoorzitting bij WOZ-waarde bezwaar
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €285.000 per 1 januari 2019, met betrekking tot het kalenderjaar 2020. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde in de uitspraak op bezwaar en stelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiser geen verzoek tot hoorzitting had ingediend.
De rechtbank behandelde het beroep op 22 november 2022 via een beeldverbinding, waarbij de gemachtigden van beide partijen en een taxateur aanwezig waren. De woning betreft een eindwoning uit 1982 met een gebruiksoppervlakte van 103 m2 en een kavel van 126 m2.
De kern van het geschil was of de hoorplicht van de heffingsambtenaar was nageleefd. Op grond van de Awb moet een bestuursorgaan belanghebbenden in de gelegenheid stellen gehoord te worden, maar de Awr bepaalt dat dit alleen op verzoek van de belanghebbende hoeft te gebeuren. Omdat eiser geen verzoek tot hoorzitting had gedaan, oordeelde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan op 24 november 2022 en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard omdat geen verzoek tot hoorzitting is ingediend.