ECLI:NL:RBMNE:2022:5899
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ondanks verbouwing en marktinvloeden
Eiser ontving een WOZ-aanslag voor zijn woning met een waardepeildatum van 1 januari 2020, vastgesteld op €586.000,-. Na een bezwaarprocedure bleef de heffingsambtenaar bij deze waarde. Eiser stelde beroep in en voerde aan dat hij te veel had betaald door een oververhitte markt en dat de woning door verbouwingen op de toestandsdatum 1 januari 2021 onbewoonbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de aankoopprijs van €592.000,- kort na de waardepeildatum als uitgangspunt geldt en dat eiser als meestbiedende koper de marktwaarde weerspiegelt. Hoewel de woning verbouwd was en de staat op 1 januari 2021 niet volledig helder was, achtte de rechtbank aannemelijk dat de waarde niet lager was dan de aankoopprijs.
Verder concludeerde de rechtbank dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de lagere WOZ-waarden van andere woningen in de straat niet tot een ander oordeel leiden, mede vanwege verschillen in kavelgrootte en een waarderingsfout bij een buurwoning.
Een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen sprake was van ongelijke behandeling van identieke gevallen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.