ECLI:NL:RBMNE:2022:5902
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks betwisting over vergelijkbaarheid en isolatie
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2020 en vordert een lagere waardering dan de door de heffingsambtenaar vastgestelde € 754.000,-. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix met referentiewoningen overgelegd ter onderbouwing van de waarde. De rechtbank oordeelt dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar inzichtelijk heeft gemaakt hoe met verschillen is omgegaan.
Eiser voert meerdere bezwaren aan, waaronder het ontbreken van waardetoekenning aan objectonderdelen in de uitspraak op bezwaar, onvoldoende vergelijkbaarheid van referentiewoningen, matige isolatie, geluidsoverlast door een scheidingsmuur, en de ligging nabij een spoorlijn en drukke weg met parkeeroverlast. De rechtbank wijst deze gronden af: de taxatiematrix bevat wel waardes aan objectonderdelen, de referentiewoningen zijn passend gekozen, energielabel A bevestigt goede isolatie, geluidsrapportage toont geen geluidsoverlast en de parkeerdruk is subjectief en niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van € 754.000,- voor de woning.