ECLI:NL:RBMNE:2022:5903
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €742.000,- na bezwaar. Eiser stelde een lagere waarde van €680.000,- voor, maar de heffingsambtenaar onderbouwde zijn standpunt met een taxatiematrix waarin drie referentiewoningen werden vergeleken.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen waren voldoende vergelijkbaar qua locatie, bouwjaar en kenmerken. Eiser trok een beroepsgrond in over de woningsoort en zijn overige bezwaren, zoals de grondwaarde en gedateerde voorzieningen, werden door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank wees erop dat de Waarderingsinstructie geen bindende rechtsregel is voor de rechter en dat het gebruik van drie referentiewoningen toereikend was. Ook de vraagprijs van een andere woning kon niet worden meegenomen in de waardering. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.