ECLI:NL:RBMNE:2022:5915
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning te Utrecht
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op €649.000,- voor het belastingjaar 2021. Eiser stelde een lagere waarde van €615.000,- voor, onderbouwd met een referentiewoning en argumenten over de onderhoudstoestand, isolatie en grondwaarde.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin referentiewoningen werden vergeleken en verschillen in perceeloppervlakte, onderhoud en voorzieningen werden meegenomen. De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen beter vergelijkbaar waren dan de door eiser aangevoerde bungalow en dat de onderhoudstoestand van de woning niet matig was zoals eiser stelde, omdat dit niet met bewijs werd onderbouwd.
Ook het argument over onvoldoende isolatie werd verworpen, mede omdat referentiewoningen vergelijkbare energielabels hadden. De vermeende fout in de grondwaardering in de taxatiematrix leidde slechts tot een gering verschil en was onvoldoende om de matrix ongeldig te verklaren. De rechtbank vond dat verweerder voldoende inzicht had gegeven in de waardebepaling en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat een andere waardering noodzakelijk was.
Verder werd het verzoek om inzage in indexeringsgegevens afgewezen omdat dit verzoek niet tijdig en adequaat was herhaald in de beroepsfase. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.