ECLI:NL:RBMNE:2022:5916
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en onderbouwing met referentiewoningen
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een woonplaats, vastgesteld op €415.000,- voor het belastingjaar 2021. Hij vordert een lagere waarde van €381.000,-. Verweerder heeft een taxatiematrix en onderbouwing overgelegd waaruit blijkt dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat rekening is gehouden met verschillen zoals perceeloppervlakte.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De door eiser aangevoerde bezwaren tegen de vergelijkbaarheid van referentiewoningen en de toepassing van KOUDV+L-waarderingen slagen niet. Ook de stelling dat een cijfermatige indexering van verkoopcijfers ontbrak, wordt verworpen omdat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat het indexeringspercentage aan eiser is toegezonden en dat een rekenmodel niet verplicht is.
Eiser heeft bovendien verzoeken om aanvullende stukken niet tijdig en herhaaldelijk ingediend, waardoor deze beroepsgrond buiten beschouwing blijft. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €415.000,- wordt ongegrond verklaard.