ECLI:NL:RBMNE:2022:5957
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiseres maakte bezwaar tegen de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van haar in 2019 gebouwde appartement in Utrecht, met een bruto-inhoud van 634 m3. De vastgestelde waarde bedroeg € 692.000, terwijl eiseres een lagere waarde van € 667.000 vorderde. De rechtbank beoordeelde de taxatiematrix van verweerder, waarin drie vergelijkbare woningen werden gebruikt als referentie.
De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de gehanteerde waarderingsmethode de waarde van de woning niet te hoog had vastgesteld. Eiseres voerde verschillende beroepsgronden aan, waaronder de nabijheid van een zendmast, stankoverlast van horecagelegenheden, en gebreken die nog niet waren opgelost, maar deze werden niet aannemelijk gemaakt of te laat ingebracht.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de waarde voldoende aannemelijk had gemaakt en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Het vonnis werd op 8 november 2022 uitgesproken door rechter J.A. Schuman.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 692.000 wordt ongegrond verklaard.