ECLI:NL:RBMNE:2022:5959
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €289.000,- per 1 januari 2020, en stelde een lagere waarde van €195.000,- voor. Verweerder handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde buurt.
De rechtbank overwoog dat verweerder met de taxatiematrix aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en de verschillen adequaat zijn meegenomen. Eiser trok een beroepsgrond over het recht van overpad in en stelde vochtoverlast en geluidsoverlast aan de orde, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Ook de stelling dat de woning onbewoonbaar was en daarom op een gecorrigeerde vervangingswaarde moest worden gewaardeerd, werd verworpen omdat eiser geen bewijs leverde van onbewoonbaarheid of gebreken die buiten de garantie van de aannemer vielen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.A. Schuman op 8 november 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.