ECLI:NL:RBMNE:2022:605

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 januari 2022
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
C/16/532145 / JE RK 21-2423
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:262b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tweede gezinsvoogd bij ondertoezichtstelling kinderen

De vader heeft een geschil voorgelegd over de uitvoering van de ondertoezichtstelling van zijn kinderen, waarbij hij verzocht om een tweede gezinsvoogd toe te wijzen. Dit verzoek kwam voort uit het wegvallen van de eerdere gezinsvoogd en het stilvallen van het contactherstelproces.

De gecertificeerde instelling (GI) gaf aan vanwege een lange wachtlijst nog geen nieuwe gezinsvoogd te kunnen aanstellen, maar zette wel een Arabisch sprekende hulpverlener in om het contact te onderzoeken. De kinderen weigeren contact met de vader vanwege eerdere ervaringen, wat het herstel bemoeilijkt.

De rechtbank oordeelde dat de GI zelfstandig haar middelen en personeel inzet en dat het tekort aan gezinsvoogden een algemeen probleem is. De rechtbank achtte het niet onaannemelijk dat de vader zelf ook een aandeel heeft in de moeizame relatie met de gezinsvoogd. Het verzoek tot een tweede gezinsvoogd werd daarom afgewezen.

De beslissing is genomen door kinderrechter M.A.A.T. Engbers en griffier I.J.R. Stoffels en is op 21 januari 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek van de vader om een tweede gezinsvoogd toe te wijzen wordt afgewezen vanwege capaciteitsgebrek en beleidsvrijheid van de gecertificeerde instelling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/16/532145 / JE RK 21-2423
Datum uitspraak: 21 januari 2022

Beschikking van de kinderrechter op basis van de geschillenregeling

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de vader,
bijgestaan door mr. P.G.M. Lodder,
betreffende

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2006 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1 (voornaam)] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2 (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

gevestigd te [.] , hierna te noemen: de GI.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de vader van 2 november 2021, ingekomen bij de griffie op 17 december 2021;
- de mail van de gezinsvoogd, mevrouw [A] , van 3 januari 2022.
Op 7 januari 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Verschenen is de vader, bijgestaan door mr. P.G.M. Lodder.
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- de moeder;
- de GI.
De gezinsvoogd heeft in de mail van 3 januari 2022 uitgelegd dat zij vanwege dringende privéomstandigheden niet bij de zitting aanwezig kon zijn. Daarom heeft zij het standpunt van de GI per mail kenbaar gemaakt.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 30 september 2020 zijn [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna verlengd, voor het laatst tot 30 maart 2022.

Het verzoek

De vader heeft een geschil voorgelegd met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling op grond van artikel 1:262B Burgerlijk Wetboek (BW).
De vader heeft zijn kinderen al meer dan een jaar niet gezien. De GI heeft toegezegd dat er voor de vader een nieuwe eigen contactpersoon/gezinsvoogd zou worden aangewezen, die tezamen met de gezinsvoogd mevrouw [A] uitvoering aan de ondertoezichtstelling zou geven. Dit is echter niet gebeurd. De vader had een goede samenwerking met de voor hem aangestelde gezinsvoogd waarbij er werd toegewerkt naar contactherstel tussen de vader en de kinderen. Deze mevrouw is inmiddels niet meer werkzaam bij de GI en sinds haar vertrek is het proces stil te komen liggen. Dat geeft de vader geen vertrouwen voor de toekomst. Ondanks meerdere toezeggingen van de GI om een nieuwe contactpersoon of tweede gezinsvoogd voor de vader te zoeken, is dit namelijk niet gebeurd. De vader wordt wanhopig en ziet geen andere uitweg meer dan het doen van het onderstaande verzoek.
De vader verzoekt de rechtbank te bepalen dat de GI een gezinsvoogd voor de vader benoemt op een zo kort mogelijke termijn doch niet langer dan twee weken.

Het standpunt van de belanghebbenden

Het standpunt van de moeder is onbekend.
Uit de mail van de GI van 3 januari 2022 volgt dat er een lange wachtlijst is waardoor het de GI nog niet is gelukt om een gezinsvoogd voor de vader aan te stellen. Wel is er een Arabisch sprekende hulpverlener ingezet om te onderzoeken of het contact tussen de vader en de kinderen kan worden hersteld. Deze hulpverlener houdt zowel contact met de vader als met de gezinsvoogd. Op dit moment is er geen contact tussen de vader en zijn kinderen. De reden hiervoor is dat de kinderen zich van de vader hebben afgeweerd en geen contact met hem willen.

De beoordeling

De kinderrechter zal het verzoek van de vader afwijzen. Hierna zal de kinderrechter uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de mail van de GI van januari 2022 volgt dat dat de GI heeft toegezegd dat er een extra gezinsvoogd zal worden toegewezen, zodra er iemand beschikbaar is. De GI is aan deze toezegging gebonden. Op dit moment heeft de GI echter niet de capaciteit om een extra gezinsvoogd toe te wijzen, zodat de voorwaarde waaronder deze is gedaan niet is vervuld. Het is algemeen bekend dat er helaas een tekort is aan gezinsvoogden, waardoor sommige gezinnen enige tijd moeten wachten op een gezinsvoogd. In zo’n situatie is het begrijpelijk dat de GI geen twee gezinsvoogden aan één gezin toevoegt, waardoor het tekort nog verder oploopt. De rechtbank gaat niet over de inzet van mensen of middelen van GI. Hierin maakt de GI een eigen afweging in prioriteit en zet gezinsvoogden in daar waar zij het hardst nodig zijn.
Bij de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2 (voornaam)] en [minderjarige 1 (voornaam)] is er al een gezinsvoogd aangesteld. Ter zitting heeft de vader verteld dat de verhouding tussen de gezinsvoogd en hemzelf slecht is en hij wijt dat aan de gezinsvoogd. De rechtbank acht het echter niet onaannemelijk dat de vader hier een aanzienlijk aandeel in heeft. Er ligt dus een mooie uitdaging voor de vader om deze verhouding te verbeteren.
Het voornaamste doel van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] is om het contact tussen hen en de vader te herstellen. De kinderen volharden echter in hun weerstand tegen het contact met de vader. Deze opstelling van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] heeft te maken met hetgeen zij in het verleden met de vader hebben meegemaakt. De gezinsvoogd staat daardoor voor een moeilijke opgave. Voor het behalen van het doel van de ondertoezichtstelling mag de gezinsvoogd een eigen beleid kiezen waarin ze belang van de kinderen vooropstelt.

De beslissing

De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, in samenwerking met mr. I.J.R. Stoffels, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2022.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 24 januari 2022.