De vader heeft een geschil voorgelegd over de uitvoering van de ondertoezichtstelling van zijn kinderen, waarbij hij verzocht om een tweede gezinsvoogd toe te wijzen. Dit verzoek kwam voort uit het wegvallen van de eerdere gezinsvoogd en het stilvallen van het contactherstelproces.
De gecertificeerde instelling (GI) gaf aan vanwege een lange wachtlijst nog geen nieuwe gezinsvoogd te kunnen aanstellen, maar zette wel een Arabisch sprekende hulpverlener in om het contact te onderzoeken. De kinderen weigeren contact met de vader vanwege eerdere ervaringen, wat het herstel bemoeilijkt.
De rechtbank oordeelde dat de GI zelfstandig haar middelen en personeel inzet en dat het tekort aan gezinsvoogden een algemeen probleem is. De rechtbank achtte het niet onaannemelijk dat de vader zelf ook een aandeel heeft in de moeizame relatie met de gezinsvoogd. Het verzoek tot een tweede gezinsvoogd werd daarom afgewezen.
De beslissing is genomen door kinderrechter M.A.A.T. Engbers en griffier I.J.R. Stoffels en is op 21 januari 2022 in het openbaar uitgesproken.