ECLI:NL:RBMNE:2022:606
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij intrekking bijstand
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het intrekken van zijn bijstandsuitkering per 1 augustus 2021 en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen wordt toegekend bij onverwijlde spoed, wat bij financiële geschillen niet snel aan de orde is.
Verzoeker stelde dat hij in een acute financiële noodsituatie verkeert vanwege oplopende schulden en betalingsachterstanden. Ter onderbouwing overhandigde hij enkele facturen en bankafschriften tot 18 september 2021. Uit deze stukken blijkt echter dat verzoeker huur- en zorgtoeslag ontvangt en essentiële kosten zoals huur en water zijn betaald. Er is geen bewijs van dreigende afsluiting van nutsvoorzieningen of uithuiszetting.
De rechtbank constateert dat de financiële situatie van verzoeker onduidelijk blijft omdat recente bankafschriften ontbreken. Ook is een voorschot van €650 toegekend na een nieuwe aanvraag. Het enkele feit dat de bijstand is ingetrokken, is onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek niet kan worden toegewezen omdat het spoedeisend belang ontbreekt en het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het besluit.