ECLI:NL:RBMNE:2022:6141

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 februari 2022
Publicatiedatum
25 januari 2023
Zaaknummer
16/701223-14 (vordering verlenging tbs)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling na poging moord wegens laag recidiverisico

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 9 februari 2022 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van betrokkene, die veroordeeld is voor poging tot moord. Betrokkene was sinds 28 februari 2015 ter beschikking gesteld en de maatregel was voorwaardelijk beëindigd op 24 februari 2020. De laatste verlenging vond plaats op 22 juli 2021.

De rechtbank nam kennis van diverse rapporten, waaronder het verlengingsadvies van de reclassering en het Pro Justitia-rapport van een forensisch psychiater. Beide deskundigen constateerden dat betrokkene nog steeds een stoornis heeft, maar het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel laag is. De reclassering en de psychiater adviseerden dan ook de terbeschikkingstelling te beëindigen.

De officier van justitie wijzigde haar vordering ter zitting en verzocht de rechtbank de verlenging af te wijzen. De verdediging sloot zich hierbij aan. De rechtbank oordeelde dat betrokkene goed heeft geprofiteerd van de behandeling, stabiel functioneert en voldoende in staat is om zelfstandig te functioneren met vrijwillige voortzetting van de behandeling. De rechtbank concludeerde dat het gevaarscriterium voor verlenging niet meer van toepassing is en wees de vordering af, waardoor de terbeschikkingstelling van rechtswege eindigt bij onherroepelijkheid van deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af, waardoor de maatregel van rechtswege eindigt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/701223-14 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 9 februari 2022
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 14 november 2014, waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot moord;
  • stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 28 februari 2015 en op 24 februari 2020 voorwaardelijk is beëindigd;
  • de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juli 2021, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling voor het laatst is verlengd met een jaar;
  • de vordering van de officier van justitie van 17 januari 2022, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar;
  • het verlengingsadvies van [reclassering ] van 28 december 2021, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker 1] (reclasseringswerker) en [unitmanager] (unitmanager), inhoudend het advies om de terbeschikkingstelling te beëindigen;
  • het Pro Justitia-rapport van 15 januari 2022, opgemaakt door drs. H.A. Gerritsen, forensisch psychiater;
  • de voortgangsverslagen over betrokkene, over de periode 23 december 2020 tot en met 29 september 2021.

2.Het onderzoek ter terechtzitting

De behandeling van de zaak heeft op 9 februari 2022 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. E.M. ter Braak [1] ;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.V. Ramdihal, advocaat te Amsterdam;
- de aan [reclassering ] verbonden deskundige, [reclasseringsmedewerker 1] , reclasseringswerker (via een videoverbinding);
- de aan [reclassering ] verbonden deskundige, [reclasseringsmedewerker 2], reclasseringswerker (via een videoverbinding).

3.Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundigen voornoemd hebben ter zitting het advies van de reclassering toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als laag.
Het advies luidt de terbeschikkingstelling te beëindigen.

4.Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundige

De deskundige concludeert dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Hij acht het recidiverisico op hernieuwd agressief gedrag bij een beëindiging van de terbeschikkingstelling laag.
Het advies luidt de terbeschikkingstelling te beëindigen.

5.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting haar vordering gewijzigd. Gelet op hetgeen in de hiervoor aangehaalde rapporten wordt geadviseerd, vordert zij de rechtbank de schriftelijke vordering tot verlenging af te wijzen, zodat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt beëindigd.

6.Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank eveneens de vordering af te wijzen.

7.Het oordeel van de rechtbank

Maximering
Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 14 november 2014 veroordeeld voor poging tot moord. De rechtbank heeft daarin overwogen dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.
Stoornis en recidivegevaar
Uit de rapportages blijkt dat nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten een depressieve stoornis (matig tot ernstig van aard, eenmalig en in volledige remissie), een stoornis in cannabisgebruik (licht, in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving), een gameverslaving en een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens in de zin van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel door de reclassering als laag ingeschat. Ook door de psychiater wordt het recidivegevaar op de korte en (middel)lange termijn als laag ingeschat. Het is wel gewenst dat betrokkene op vrijwillige basis zijn huidige behandeling bij ForFACT [woonplaats] voortzet.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies en de rapportages van de deskundigen te twijfelen en neemt dit over.
Afwijzing vordering en beëindiging van rechtswege
Uit de adviezen en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat verdachte goed heeft geprofiteerd van de behandeling. Zowel het klinische gedeelte van de maatregel, als de trajecten met de reclassering zijn zonder incidenten verlopen. De rechtbank geeft betrokkene een compliment voor zijn omgang met de teleurstelling over de beslissing in 2021 tot verlenging van de voorwaardelijk beëindigde maatregel met een jaar. Hij heeft het afgelopen jaar een aantal problemen gekend waarbij hij heeft laten zien deze goed te kunnen verwerken en is stabiel blijven functioneren.
De rechtbank constateert dat de situatie nu anders is dan vorig jaar. Gelet op de adviezen moet betrokkene, op basis van hetgeen hij geleerd heeft, zijn zeer negatieve ervaring van het indexdelict en de uitbreiding en vooral ook bestendiging van zijn persoonlijke netwerk, voldoende in staat worden geacht zich na het aflopen van de tbs-maatregel zelfstandig te handhaven in de maatschappij. Betrokkene is redelijk opgewassen tegen stressvolle leefomstandigheden en gebeurtenissen. Ook is hij in staat om uit zichzelf hulp te zoeken. Betrokkene woont in een eigen woning en krijgt ondersteuning van het ForFACT. Bij beëindiging van de maatregel kan betrokkene gebruik blijven maken van het aanbod van het ForFACT. Betrokkene heeft op de terechtzitting verklaard hiervan gebruik te willen maken.
De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat niet anders kan worden geconcludeerd dan dat het in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht neergelegde gevaarscriterium, te weten dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, de verlenging van de terbeschikkingstelling eist, op betrokkene niet meer van toepassing is.
De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie afwijzen, zodat de terbeschikkingstelling van rechtswege eindigt op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing.

8.De beslissing

De rechtbank wijst af de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van
[betrokkene]voornoemd.
Deze beslissing is genomen door mr. I.J.B. Corbeij, voorzitter, mrs. S.M. Schothorst en L.M.M. Heppe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Neijenhuis als griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2022.
Mrs. Schothorst en Heppe zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.De officier van justitie, mr. J. Bekke was fysiek aanwezig in de zittingszaal, maar mr. Ter Braak voerde het woord, via videoverbinding.