Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
Feit 2:in de periode van 1 tot en met 2 mei 2018 in IJsselstein twee airbags heeft gestolen uit de auto van [benadeelde 2] ;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Matchkans: kleiner dan één op één miljard.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
een gevangenisstraf van 35 weken;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [bedrijf 1] toe tot het bedrag van € 3.496,40, geheel bestaande uit materiële schade, waarvoor de verdachte aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
- verklaart [bedrijf 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] toe tot het bedrag van € 286,91, geheel bestaande uit materiële schade, waarvoor de verdachte aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 4] aan de Staat
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [bedrijf 3] toe tot het bedrag van € 2.410,50, geheel bestaande uit materiële schade, waarvoor de verdachte aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.