ECLI:NL:RBMNE:2022:6146
Rechtbank Midden-Nederland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beschikking ongegrond verklaring klaagschrift tegen beslag op vaartuig wegens witwassen
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 7 maart 2022 het klaagschrift van klager tegen het beslag op een vaartuig, een Primeur 700 Tender. Klager stelde dat het vaartuig gemeenschappelijk eigendom is en dat er geen sprake is van witwassen, omdat hij het via een bankoverschrijving heeft betaald. Het Openbaar Ministerie verzette zich tegen teruggave, stellende dat het voorwerp mogelijk verbeurd verklaard zal worden.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek in de beklagprocedure summier is en dat geen inhoudelijke beoordeling van de hoofdzaak kan plaatsvinden. De toetsing richt zich op het belang van de strafvordering en of voortzetting van het beslag noodzakelijk is om het strafrechtelijk onderzoek te waarborgen.
Gezien de verdenking van witwassen en het niet hoogst onwaarschijnlijk zijn dat het vaartuig verbeurd wordt verklaard, concludeerde de rechtbank dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave. Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard.
De beslissing werd genomen door de meervoudige raadkamer bestaande uit de rechters Brouwer, Werner en Böhmer en is openbaar uitgesproken. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen het beslag op het vaartuig wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.