De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte schuldig verklaard aan meerdere feiten, waaronder bedreiging met zware mishandeling, eenvoudige mishandeling, belediging van een hulpverlener en bedreiging van een opsporingsambtenaar. De feiten vonden plaats in Utrecht en Zeist tussen oktober 2020 en juli 2021.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs, zoals poging tot zware mishandeling met een pen en bedreiging van een tweede slachtoffer. Voor de overige feiten achtte de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze had gepleegd, ondersteund door verklaringen van slachtoffers en getuigen.
Hoewel verdachte strafbaar is, achtte de rechtbank hem verminderd toerekeningsvatbaar vanwege een schizo-affectieve stoornis, middelengebruikstoornis en een licht verstandelijke beperking. Verdachte was onder behandeling en werd behandeld onder een zorgmachtiging. Gezien deze omstandigheden en eerdere soortgelijke feiten, vond de rechtbank het opleggen van een straf niet passend en legde geen straf of maatregel op.
De benadeelde partij die een immateriële schadevergoeding vorderde, werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het ten laste gelegde feit waarvoor de vordering werd ingesteld, niet bewezen werd verklaard. Het vonnis werd uitgesproken op 14 maart 2022 door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland.