Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Overwegingen
Het geschil
Toetsingskader
Beoordeling rechtbank
Conclusie
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, werkzaam als bedieningsmedewerker, meldde zich in december 2014 ziek met fysieke klachten waaronder fibromyalgie. Het UWV kende een Ziektewet-uitkering toe met 22 december 2014 als eerste ziektedag. Eiser verzocht om herziening van deze datum naar 12 april 2012, omdat hij meent dat toen al sprake was van ziekte, mede onderbouwd met een medische diagnose van fibromyalgie die na het eerdere besluit werd gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven om terug te komen op het eerdere besluit. De klachten en operaties waren al bekend en meegenomen in de eerdere beoordeling. De latere diagnose fibromyalgie leidt niet tot een andere beoordeling van de eerste ziektedag.
Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het verzoek om herziening niet voldoet aan de vereisten van artikel 4:6 Awb Pro. Er is geen sprake van nieuwe feiten die niet eerder konden worden ingebracht. De rechtbank ziet geen reden om het besluit te herzien en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op de vaststelling van de eerste ziektedag wordt ongegrond verklaard.