ECLI:NL:RBMNE:2022:6229
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs bestemdheid goederen voor grootschalige hennepteelt
Op 18 april 2019 werd verdachte samen met een medeverdachte verdacht van het bezit van voorwerpen bestemd voor het plegen van strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 11 van Pro de Opiumwet. De zaak werd bij verstek behandeld omdat verdachte niet aanwezig was bij de inhoudelijke behandeling op 7 maart 2022.
De rechtbank beoordeelde de vordering van de officier van justitie en concludeerde dat het bewijs ontbrak dat de aangetroffen goederen bestemd waren voor beroeps- of bedrijfsmatige en/of grootschalige hennepteelt. De hoeveelheid en aard van de aangetroffen goederen, waaronder plantenbakken met aarde, koolstoffilters, verwarmingsapparatuur en andere materialen, waren onvoldoende om te concluderen dat sprake was van grootschalige hennepteelt.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. De rechtbank definieerde grootschalige hennepteelt als minimaal 500 gram hennep of 200 hennepplanten, wat niet werd vastgesteld. Dit vonnis werd uitgesproken op 21 maart 2022 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat de goederen bestemd waren voor grootschalige hennepteelt.