Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 en 420 bis.1 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 3, 10, 11 en 13a van de Opiumwet;
11.BESLISSING
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- Drie bundels met diverse biljetten met een totaalwaarde van 29.520,- euro;
- Vijf bundels met diverse biljetten met een totaalwaarde van 49.540,- euro;
- Vijf bundels met diverse biljetten met een totaalwaarde van 49.700,- euro;
- Twee bundels met diverse biljetten met elastiek ter waarde van 4.645,- euro;
- Bundel biljetten in plastic zakje ter waarde van 12.970,- euro;
- Diverse biljetten ter waarde van 38.945,- euro;