Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 3 oktober 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie en handel in verdovende middelen door het voorhanden hebben van chemische stoffen in januari 2022.
De officier van justitie stelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had omdat het transport op een ongebruikelijke wijze plaatsvond, met onjuiste vrachtbriefgegevens en onbekende personen. Verdachte voerde aan dat hij als vervoerder mocht vertrouwen op de vrachtbrief en geen plicht had de inhoud te controleren.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte wetenschap had van de illegale aard van de stoffen. Verdachte beschikte niet over specialistische kennis en mocht vertrouwen op de vrachtbrief. De omstandigheden waren onvoldoende om te concluderen dat hij zich bewust blootstelde aan de aanmerkelijke kans dat hij de productie van synthetische drugs faciliteerde.
Hoewel de jerrycans met chemische stoffen onttrokken werden aan het verkeer wegens het vermoeden van een strafbaar feit door onbekenden, werd de bestelauto aan verdachte teruggegeven. De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap over de illegale aard van de vervoerde chemicaliën.